Verhaaltje Eenhoorn Flonkerglans en de tuin der dromen

Het is al laat en de maan schijnt door de takken van de grote kersenboom in de wolkentuin. Het is overal donker, alleen achter één raam van het wolkenkasteel brandt een fel licht. Daar woont de kleine haas Klaas met zijn tovervleugels. Hij zit rechtop in bed en frunnikt aan zijn lange oren. “Ik ben helemaal niet moe, ik blijf wakker!” mompelt hij de hele tijd voor zich uit. Hij geeuwt. Een beetje later gaan zijn ogen dicht en valt hij in slaap. Maar midden in de nacht schrikt Klaas op en begint hij te huilen. Hij had een nare droom!

De deur gaat open en eenhoorn Wonderbloem stapt de kamer binnen. “Wat is er met je?” vraagt zij aan de kleine haas. “Een rotdroom!” snikt Klaas en hij wrijft de tranen uit zijn ogen. Wonderbloem zet zich naast het bed en blaast zachtjes op zijn wangen. “Het is voorbij”, probeert ze de haas te troosten. “Nee, helemaal niet!” jammert Klaas luid.

Sterrenstof, Toverstaart en Flonkerglans steken hun hoofd door de deur. “Wat is hier aan de hand?” vraag Sterrenstof slaperig. “Klaas had een nare droom”, antwoordt Wonderbloem. “Gisteren ook al. En eergisteren ook! Ik droom al de hele week alleen maar over rare dingen”, roept Klaas.

De eenhoorns komen de kamer binnen. “Oei!” zegt Sterrenstof en ze gaat aan de andere kant van Klaas’ bed zitten. “Kom, ga weer liggen. Ik zal nog een mooi liedje voor je zingen.” “En ik tover met mijn hoorn zacht glinsterende sterren op het plafond”, zegt Toverstaart en haar hoorn begint al lichtjes te fonkelen. “Ik ben dadelijk terug met een warmwaterzak. Dat helpt altijd”, zegt Wonderbloem en ze draaft naar de deur. Maar waar is Flonkerglans? De vier vrienden kijken zoekend in het rond en zijn verwonderd. Flonkerglans is nergens te bespeuren. Wonderbloem schudt haar hoofd. Ze geeft vast weer een schitterend idee!

En inderdaad: wanneer Sterrenstof aan het vijfde slaapliedje begint, komt Flonkerglans met een zakje op haar rug de kamer binnen. Klaas heeft zich op zijn kussen gevlijd, met de warmwaterzak gezellig tegen zich aan. “Waar was jij nou?” vraagt Toverstaart. Haar hoorn glanst in zachte turquoise tinten en zorgt voor een mooi licht in de kamer. “Ik ben snel naar het einde van de grote regenboog gegaloppeerd”, hijgt Flonkerglans. “Daar is toch de tuin der dromen en ik heb er voor Klaas een paar bijzonder mooie droombellen gevangen.” “Fantastisch”, zegt Wonderbloem blij. “Dat is een heel goed idee! Uit de bloemen in de dromentuin komen veel bellen met mooie dromen en die zweven dan naar iedereen die slaapt.” Ook Sterrenstof knikt: “Ja, en omdat het raam van Klaas altijd dicht is, kunnen de droombellen niet tot bij hem zweven.” Ze staat op, gaat naar het raam en zet het op een kier.

Flonkerglans legt het zakje voorzichtig op het deken van Klaas en maakt het touwtje errond los. “Zo Klaas, nu komt alles weer goed. Kijk, de eerste droombellen komen al uit het zakje. Nu kun je rustig gaan slapen.” De kleine haas zucht en doet zijn ogen dicht. “Jullie zijn echt de beste vrienden die men zich wensen kan”, mompelt hij nog. Dan valt hij met een gelukzalige glimlach op zijn gezicht in slaap.

Rond eenhoorn Flonkerglans zijn er veel verschillende cadeaus, die de ogen van alle meisjes vanaf 2,5 jaar laten stralen. Meer hierover vindt u in de categorie Thema’s & Series onder Eenhoorn Flonkerglans.