Vampier Draculino en het griezelig mooi gekostumeerde bal

Hoog op een steile berg staat het akelige kasteel Bibbersteen. Daar woont de kleine vampier Draculino met zijn ouders. Met zijn kapotte vensterluiken, vervallen dak en oude, vermolmde toegangspoort ziet het kasteel er zo angstaanjagend uit, dat niemand er uit vrije wil in de buurt durft te komen. Maar dat vinden Draculino’s ouders perfect, want zij willen geen ongewenste bezoekers – en zeker niet overdag, want dan ligt de hele vampierenfamilie te slapen in doodskisten. Vampieren houden immers helemaal niet van daglicht! Ze staan op als de zon is ondergegaan en gaan slapen voordat ze weer opkomt. Ook de kleine vleermuis Fipsi woont in kasteel Bibbersteen en fladdert alleen in het donker rond. Hij en Draculino spelen iedere nacht met elkaar. Samen beleven ze spannende avonturen maar Draculino is soms heel droevig. Hij wil namelijk erg graag ook eens spelen met de kinderen die in het dorp aan de voet van de berg wonen. Maar die kinderen moeten altijd naar bed op het moment dat hij wakker wordt.

Deze avond schijnt de maan opvallend helder door het venster en het licht kietelt in de neus van Draculino. De kleine vampier opent langzaam zijn ogen, geeuwt uitgebreid en rekt zich uit. Tijd om op te staan! Hij spitst zijn oren en luistert of zijn ouders al wakker zijn, maar hij hoort niets. Dan zal het wel nog even duren voor het ontbijt klaar is. Om de verveling te verdrijven, fladdert Draculino naar het venster om de sterren te tellen. Maar … wat is dat? Aan de voet van de berg ziet hij ineens veel leuke gekleurde lichtjes! “Fipsi, kijk daar”, fluistert Draculino en hij duwt zijn neus nieuwsgierig tegen het glas. Slaperig komt de kleine vleermuis aangevlogen. Ook hij is nog maar pas wakker. “Kom, laten we gaan kijken wat die lichtjes zijn!” stelt Draculino voor. Voor Fipsi het in de gaten heeft, is de kleine vampier al door het venster geklauterd en vliegt hij over de toppen van de bomen naar het dorp toe. De kleine vleermuis heeft moeite om hem te volgen.

Aan de rand van het bos vertraagt Draculino. Hij landt op een oude boomstronk en Fipsi komt naast hem zitten. Vanaf hier kunnen de twee beter zien wat die lichtjes precies zijn. De grote weide achter het dorp is fel verlicht met bontgekleurde lampionnen en lichtslingers. In allerhande kraampjes worden heerlijk ruikende hapjes bereid en een muziekkapel speelt luide muziek. “Oh, hoe mooi. Een feest!” roept Fipsi enthousiast. “Ja,” zucht Draculino, “alleen jammer dat wij niet kunnen meevieren, want de mensen in het dorp zijn bang van vampieren zoals ik.” Maar dan is hij bijzonder verbaasd: de mensen zien er heel anders uit dan anders. Ze hebben felgekleurde kostuums aan en dragen grote hoeden! Op de dansvloer dansen rovers met heksen en clowns met prinsessen … Nu wordt alles plots duidelijk voor de kleine vampier: vandaag is de dag van het jaarlijkse gekostumeerde bal in het dorp!

“Kijk”, fluistert Fipsi, terwijl hij met zijn vleugel naar een mooi verlicht snoepkraam wijst. “Sommige mensen hebben zich als vampier verkleed!” “Inderdaad …” mompelt Draculino, “In dat geval kunnen wij toch gewoon een beetje meevieren! Niemand zal merken dat ik een echte vampier ben.” Draculino en Fipsi lopen vrolijk naar het feestplein. Van dichtbij zien de bontgekleurde lampionnen er nog mooier uit! Het duurt niet lang voordat een kleine jongen die als piraat verkleed is, naar Draculino komt: “Hallo, jij hebt een echt griezelig vampierenkostuum aan”, lacht hij. “Dank je. Maar jouw piratenkostuum is ook heel leuk!” zegt Draculino. “Ja, ik ben Tom de verschrikkelijke zeerover”, legt de jongen uit, terwijl hij zijn ooglapje goed trekt. “Zeg eens, heb je zin om tikkertje te spelen?” “Ja, natuurlijk”, roept Draculino en beiden rennen ze kriskras over het feestplein. De ene keer tikt Tom de kleine vampier en even later is het weer omgekeerd. Maar op een bepaald moment zijn Tom en Draculino buiten adem en moeten ze even pauzeren.

“Leuk dat er nog zo veel kinderen wakker zijn om te spelen”, zegt Draculino vrolijk. “Ja, omdat het vandaag gekostumeerd bal is, mogen wij voor één keer heel lang opblijven”, legt Tom trots uit. Daar komt Toms zus Anna, die als heks verkleed is, naar de twee jongens. In haar hand heeft ze iets wits en pluizigs dat heerlijk lekker ruikt. Tom en Anna trekken er om de beurt een stuk af en steken het met veel smaak in hun mond. “Wil jij ook wat suikerspin?” vraagt Anna aan de kleine vampier. Draculino is verrast: suikerspin? Daar heeft hij nog nooit van gehoord! Voorzichtig probeert hij een stukje van de pluizige bol. Mmm, dat is lekker! Zoiets geks heeft hij nog niet gegeten.

Plots begint de klok van de oude toren te luiden. Negen, tien, elf … twaalf keer, telt Draculino. “Ojee, het is al laat”, mompelt de kleine vampier. Ze waren de tijd compleet vergeten! Waarschijnlijk zijn zijn ouders intussen opgestaan en maken ze het ontbijt klaar. Maar over enkele ogenblikken wordt het mooiste kostuum van de avond gekozen en dat wil Draculino in geen geval missen! “Ik wil toch nog even blijven, om te weten wie er gewonnen heeft”, fluistert Draculino tegen Fipsi. “En daarna vliegen we snel naar huis.” De muziekkapel laat de trompetten luid schallen en een man stapt op het podium naar de microfoon, om de winnaar bekend te maken. Het is … Draculino! De kleine vampier beseft niet goed wat er gebeurt. Het publiek applaudisseert enthousiast, terwijl hij het podium beklimt en een kleine, glanzende beker in ontvangst neemt. Door alle opwinding wordt Draculino een beetje rood. Maar Fipsi trekt ongeduldig aan zijn cape. Het is nu echt tijd om weg te gaan!

In een onbewaakt ogenblik sluipen de twee weg van het feestplein en fladderen ze zo snel mogelijk naar het kasteel. Oef, dat was op het nippertje! Ze waren nog maar amper door het raam geklommen en hadden net de beker verstopt, wanneer Draculino’s mama de kamer binnenkomt, om haar zoon te wekken. Na het ontbijt volgt de vampierenles. Vandaag moet Draculino vliegoefeningen doen. Ook dat nog! Hij heeft toch eigenlijk al genoeg gevlogen!

Enkele uren later bij het avondeten vallen de ogen van de kleine vampier dicht. Dit was ongetwijfeld de spannendste nacht van zijn jonge vampierenleven. Uitgeput kruipt Draculino onder de deken en zijn mama geeft hem een liefdevolle nachtzoen. Als ze weg is, kijkt Draculino nog even naar de beker, die wondermooi glanst in het licht van de ondergaande maan. Volgend jaar wil hij zeker opnieuw naar het gekostumeerde bal gaan! “Slaap lekker, Fipsi”, fluistert Draculino. Maar vanaf het plafond van de kamer, waar de kleine vleermuis altijd ondersteboven hangt te slapen, weerklinkt alleen nog een zacht gesnurk. Ook Draculino valt in slaap en hij droomt … over bontgekleurde lampionnen en zoete suikerspinnen.